zondag 9 juli 2017

Het goedkoopste medicijn is …. Water !

Water als levenselixer.
De meeste mensen weten wel dat het lichaam voor 75% uit water bestaat. Uiteraard weten ook de meeste mensen dat de aarde voor twee derde uit water bestaat. Water vervult dus een cruciale rol in de wereld maar zeker ook in ons lichaam.  Weinig mensen weten echter dat een gebrek aan water in ons lichaam ook tot veel kwalen en ziektes leidt en dat de meeste mensen een chronisch tekort aan water hebben. Gelukkig is de oplossing goedkoop en simpel. Zorg voor genoeg drinkwater en wel 0,3 deciliter per kilo lichaamsgewicht als dagelijkse gezonde portie. Voor een man van 90 kilo betekent dat 2,7 liter water.

We danken al deze inzichten aan een Iraanse dokter, dr. F.Batmanghelidj. Deze man belandde tijdens de Iraanse revolutie in 1979 onterecht in een strenge gevangenis. Voor zieke medegevangenen had hij alleen een troostend woord en een glas water tot zijn beschikking. Meerdere gevangen hadden te lijden onder ernstige stress, slechte voeding en verzorging en kregen daardoor vaak last van pijnlijke maagzweren. Tot zijn eigen verbazing bleek dit glas water (of meerdere) veel gevangenen ook echt te helpen. Binnen zo’n twintig minuten verdwenen de pijnklachten. Is dit alleen vanwege het placebo effect of werkt water ook echt als medicijn ? 
Nadat Batmanghelidj weer op vrije voeten was heeft hij jarenlang verder medisch onderzoek gedaan naar de werking van water in het menselijk lichaam en hij heeft uiteindelijk zijn resultaten gepubliceerd in meerdere wetenschappelijke publicaties en een vijftal boeken. De essentie komt erop neer dat wij ongemerkt vaak te weinig water tot ons nemen of denken dat thee en koffie, bier en frisfranken goede vervangers zijn voor water. Het tegendeel is waar, want juist alcohol en  cafeïne zorgen juist voor extra vochtafdrijving.
Ons lichaam verliest vocht in de vorm van urine, maar ook door middel van transpiratievocht en dat is veel meer dan wij ons bewust zijn. Zelfs ‘s nachts in bed verliezen wij het nodige vocht en ook zonder inspanningen. Helaas merken wij een vochttekort pas heel laat op . Het is niet alleen een kwestie van een droge mond of een dorstgevoel. Dat treedt pas vrij laat op bij uitdroging.
Deze Iraanse arts heeft  ook een verband gevonden tussen astma , allergieën, lage rugpijn, hoge bloeddruk, suikerziekte, obesitas en zelfs depressie en kanker als gevolg van een aanhoudend watertekort. Met een gezonde hoeveelheid water zijn deze aandoeningen waar ook geen aanwijsbare oorzaken voor zijn te verhelpen of te verminderen.   De medische wereld zal het hopelijk ooit op waarde weten te schatten want het voorkomt hoge medische en veelal onnodige kosten.  


In 2019 heeft er een groot onderzoek plaatsgevonden onder tienduizend mensen naar het gebruik van water. Daaruit blijkt dat we gemiddeld 5 glazen water drinken, zo’n liter per dag . Daarbij denken we dat we voldoende water drinken.  Volgens het Voedingscentrum zou dat echter het dubbele moeten zijn, namelijk tien glazen.  Dat is al meer in overeenstemming met de inzichten van dr. Batmanghelidj. Dat zou dus veel meer aandacht moeten krijgen in de media en onder huisartsen.  

dinsdag 11 april 2017

Commerciële televisie vloek of zegen?

 
Heeft 25 jaar commerciële televisie ons verrijkt?
In 1989 is in Nederland de commerciële televisie begonnen met het toelaten van RTL-Veronique, een Luxemburgse zender die niet geweigerd kon worden. Commerciële zenders moeten hun inkomsten vooral halen uit reclameopbrengsten en krijgen geen subsidie zoals de publieke omroepen. De regels zijn nu wel zodanig dat commerciële zenders maximaal 20% van de totale zendtijd aan reclame mogen besteden en maximaal 12 minuten per uur.
Inmiddels hebben we een heel scala van commerciële zenders op de kabel van RTL4, 5, 7, 8 en Z  tot en met Net5, SBS6, SBS 9. Deze week is bekend geworden dat de SBS zenders nu ook overgenomen zijn door het media-imperium van John de Mol. We hebben daarmee een vergelijkbare mediatycoon gekregen als Rupert Murdoch in Groot Brittannië. De Mol heeft veel rijkdom kunnen vergaren met het verkopen van programma-formats zoals voor Idols, Big Brother, So you think you can dance, Temptation Island  etc.   
 
Deze grote mate van mediaconcentratie kan een gevaar betekenen voor de gewenste pluriformiteit en diversiteit van media-uitingen. We willen niet alleen programma’s waar de massa dol op is en hoge kijkcijfers scoort, maar misschien toch een lage waardering krijgen. Dat het maken van programma’s betaald wordt uit reclameopbrengsten is geen probleem. Er is echter nu tegelijkertijd de mogelijkheid om geld te verdienen of winst te maken en dat maakt dat programmering  een mogelijk financieel doel wordt. 
De commerciële televisie heeft voor ons een nieuwe wereld  van emo- en reality –tv opgeleverd. Het gaat om échte emoties van échte, gewone mensen, dat  is wat de massa aanspreekt. Voor een bepaalde groep mensen is het echter schaamtevol om te kijken naar het leed en de ellende van medeburgers omdat ze te dik zijn, het syndroom van Down hebben, of terminaal ziek zijn.
Het onderscheid tussen kwaliteitsdagbladen als NRC, Volkskrant, Trouw en vergelijkbare bladen in het buitenland tegenover de glossy en gossip boulevardbladen als The Sun en  Der Spiegel, zien we nu ook op tv.  Er moet een half blote dame te zien zijn, want “sex sells”. 
Verder willen we net als de fervente lezers van de Privé, precies alle roddels weten over BN’ers en Royals: Wie is nu weer gescheiden, vreemd gegaan, gesignaleerd in een nachtclub ? De paparazzi’s hebben genoeg werk en dagelijks krijgen we het roddelnieuws voorgeschoteld o.a. via het RTL4 programma Boulevard.

Lag er vroeger nog een taak weggelegd voor de overheid, de kerk en de culturele elite om het volk te verheffen met het “goede, schone en ware”, nu geldt eerder het omgekeerde. Het motto lijkt nu : Laten we de mensen vooral overrompelen met het “slechte, lelijke en onware”. Ja, er zijn in Nederland een handjevol asociale Tokkie’s, maar door ze een tv-platform te geven maak je het veel te belangrijk.  Ja, er zijn vreselijke ziektes die mensen kunnen treffen, maar door ze breeduit op tv te exposeren worden we niet beter. Wat is het nut van al die Idols voorrondes, waar we gewone mensen zien stuntelen op het podium en die daarna nog eens flink afgezeikt worden door een arrogante jury?  Is leedvermaak het nieuwe vermaak?  Is dat de hoogste vorm van entertainment? 
Natuurlijk is het zo dat we nu veel meer zenders hebben waaruit we kunnen kiezen, naast het internet, met natuurlijk een groter aanbod van programma’s met films,  soaps, talkshows, sport-, muziek- en reisprogramma’s. Over smaak valt natuurlijk niet te twisten, wordt er wel eens gezegd in de volksmond. Toch denk ik dat er wel degelijk een groot kwaliteitsverschil zit in het gemiddelde programma van de publieke omroepen tegenover dat van de commerciële omroepen. Natuurlijk zijn volwassenen vrij om te kiezen, maar wat doet het aanbod met jonge kijkers? Welke moraal geven we hun mee?  Moet ieder onderwerp bespreekbaar zijn en getoond worden? Is er dan geen enkele schroom meer ? Zijn we ervan overtuigd dat de pictogrammen of icoontjes die de aard van het programma aanduiden, voldoende onderscheidend zijn tussen geweld, vloeken, seks etc.?   
Als we moderne wetenschappers mogen geloven is er in de samenleving een verruwing, een verharding, ja zelfs een verhuftering opgetreden. We zien het in het verkeer, maar ook in het aanvallen van politie- brandweer- en ambulance-personeel of in het openbaar vervoer. We hebben een korter lontje gekregen en hebben minder geduld en respect voor elkaar. Op social media reageren we voortdurend en kwetsen mensen over eenvoudige zaken. Is ook hier het motto : Het moet allemaal maar kunnen?  Zien we hier in het gedrag van mensen terug wat ze al jaren op de commerciële zenders hebben gezien en gewoon of vanzelfsprekend zijn gaan vinden? 
Is er een weg terug? Moeten we weer censuur  gaan invoeren door een media- of programmaraad die programma’s vooraf beoordeeld?  Of geloven we in de heilzame rol van opvoeding, onderwijs en ervaring die ervoor zorgt dat goede kwaliteit en goede smaak uiteindelijk altijd komt bovendrijven.          

vrijdag 27 januari 2017

Pallium, thuiszorgorganisatie i.o.


Pallium en Sociale Driegeleding
Op uitnodiging van initiatiefnemer en zorgbemiddelaar Thea Looijmans, die in Eindhoven en omgeving een kleinschalige thuiszorgorganisatie wil opzetten, werd ik gevraagd om een inleiding te verzorgen over de Sociale Driegeleding.  Dat is de antroposofische maatschappijvisie, die mogelijk inzichten oplevert en uitgangspunten biedt voor de toekomstige organisatie van deze vorm van thuiszorg. Pallium stelt zich als doel om  ouderen en hulpbehoevenden antroposofische thuiszorg te verlenen in de regio Eindhoven. 
Oprichtster Theo Looijmans heeft zich daarbij laten inspireren door Pallium in Maastricht waar al enige jaren thuiszorg wordt verleend met enkele tientallen zorgverleners. Ook in Leiden is in navolging van Pallium Maastricht in 2014 de zorgcoöperatie Cuprum opgericht door initiatiefneemster Linda Lieverse. Zie ook: http://www.antroposofiemagazine.nl/artikelen/warme-thuiszorg-2/
Op 19 September 2016 vond de eerste bijeenkomst plaats in Gezondheidscentrum Mercuur in een reeks van bijscholingsavonden. De meeste andere avonden worden verzorgd door antroposofisch huisarts Harrie Scholberg en waarin hij onderwerpen uit antroposofische mens- en gezondheidsvisie bespreekt. 
De eerste lezing mocht ik verzorgen en kreeg als titel: “De Pallium- organisatie en de Sociale Driegeleding”.  Voor een groep van zo’n kleine tien belangstellenden heb ik de maatschappijvisie van Rudolf Steiner besproken en de mogelijke praktische uitgangspunten daarvan voor Pallium.
Rudolf Steiner heeft niet alleen rond 1900 de landbouw, de gezondheidszorg, het onderwijs, de architectuur, de kunst  en de economie fundamentele nieuwe impulsen gegeven, maar ook heeft hij ons een inspirerende maatschappijvisie nagelaten. Deze visie komt erop neer dat hij indachtig het drieledige mensbeeld ook een driedeling zag in de maatschappij. Er zijn in de samenleving drie van elkaar te onderscheiden gebieden of clusters van activiteiten waar te nemen die hij geestesleven, rechtsleven en economisch leven noemde. Die gebieden zouden volgens hun eigen kernprincipes of kernwaarden  moeten kunnen functioneren. Hij koppelde daar de fundamentele principes van de Franse revolutie aan, namelijk  vrijheid, gelijkheid en broederschap/solidariteit. Het is duidelijk dat in het geestesleven fundamentele vrijheid moet heersen. Geen overheid en geen bedrijfsleven zou de inrichting van het onderwijs, de gezondheidszorg, de wetenschap, of de religie moeten kunnen bepalen. Dat “gebied” moet in vrijheid door betrokken beroepsbeoefenaren zelf vormgegeven kunnen worden.  In het rechtsgebied moet natuurlijk de gelijkheid gelden. Zoals een gelijk stemrecht en een gelijke invloed op democratische processen en een rechtspraak die voor iedereen op een gelijke manier van toepassing is, dus geen klassenjustitie. In het bedrijfsleven zou de broederschap als dominante principe moeten gelden want we werken om te voorzien in de behoeften  van anderen. De voortbrengselen van de aarde zoals voedsel, grondstoffen en producten zouden we eerlijk over de wereld en de mensen moeten verdelen.
Voor organisaties werkzaam in een van deze drie gebieden horen dan ook bijpassende organisatievormen die tegemoetkomen aan deze principes. Als je werkzaam wilt zijn in de gezondheidszorg, dat uiteraard onderdeel is van het geestesleven, dan staat de vrijheid van de beroepsbeoefenaren voorop. Dat betekent dat de artsen, het medisch, verplegend of verzorgend personeel samen niet alleen de medische zorgtaken moeten uitvoeren, maar ook samen het bestuur en beleid van de organisatie moeten bepalen. Dagelijkse en uitvoerende, organiserende taken kunnen tijdelijk gedelegeerd worden zoals de financiën en andere zaken aan gekozen mandaathouders.
Het is dus niet zo dat het medisch personeel alle taken zelf moet uitvoeren. De intentie moet echter zijn dat de zorgverleners wel samen het hoogste bestuurlijke orgaan moeten vormen en samen de eindverantwoordelijkheid dragen. Welk zorgbeleid stellen we vast, vanuit welk mensbeeld,  met welke zorgverleners gaan we samenwerken , wat zijn opleidings- en andere aanstellingseisen?   Dat moeten ze niet uitbesteden of overdragen aan beroepsbestuurders, managers of juristen die niet zelf in de directe zorg zijn betrokken. In het laatste geval gaan andere belangen zoals economische, juridische of organisatorische belangen mogelijk de overhand krijgen ten koste van een gezond geestesleven dat voorop moet staan. Dat geeft een ziekenhuis of  thuiszorgorganisatie namelijk haar bestaansrecht.      
De in boekvorm vastgelegde cursus en lezingen over de economie van R.Steiner
Indachtig deze uitgangspunten moet je vervolgens zoeken naar een passende rechts- en organisatievorm.  Bij rechtsvormen wordt onderscheid gemaakt tussen rechtspersonen en natuurlijke personen. Bij rechtspersonen zijn  de ondernemers niet persoonlijk aansprakelijk en bij natuurlijke personen wel. In gevallen van een faillissement bij natuurlijke personen kunnen ook de privé vermogens en bezittingen van de ondernemers verloren gaan. Bij rechtspersonen is dat niet mogelijk . Ondernemen is uiteraard risicovol en dus is het wenselijk om je privébelangen te beschermen en buiten schot te laten. Vandaar dat rechtspersonen de voorkeur hebben.
Rechtspersonen kunnen zijn :  een Naamloze Vennootschap, een Besloten Vennootschap, een Stichting en een Coöperatieve Vereniging. Natuurlijke personen zijn een eenmanszaak, maatschap, vennootschap onder firma .
In 2012 heeft de VN de coöperatie centraal gesteld

In het verleden zijn er wel eens huisartsenpraktijken en vrije scholen geweest die zich georganiseerd hebben volgens een maatschap. De leraren of artsen zijn dan echte ondernemers en lopen dus een financieel risico met hun privébezittingen. R.Steiner heeft wel eens aangegeven dat mensen werkzaam in deze organisaties "existentieel verbonden" moeten zijn met de organisatie. Volgens sommigen betekent dat zij ook financieel en juridisch de gevolgen moeten dragen van hun handelen. Dat is het geval bij een natuurlijk persoon als een maatschap.  Dat lijkt volgens mij echter niet in het belang te zijn van de ontwikkeling en continuïteit van deze organisaties. Een wisselend ondernemersinkomen kan er ook toe leiden dat in je handelen financiële prikkels gaan prevaleren. Een leerkracht neemt alleen kinderen aan van rijke en betrokken ouders die veel ouderbijdragen kunnen betalen. Of je neemt alleen gezonde, hoog ontwikkelde  kinderen aan die weinig zorgen behoeven en daarom ook minder kosten.  Dat kan niet de bedoeling zijn. 
Bij rechtspersonen heeft de organisatie ook een zelfstandig , bovenpersoonlijk en juridisch “bestaan” of identiteit, die boven individuele mensen uitgaat. Je bent dan niet afhankelijk van een of enkele personen zoals de initiatiefnemers of oprichters.   De school moet er zijn voor de kinderen die behoefte hebben aan onderwijs. Dat moet prevaleren.          
Van de genoemde rechtspersonen zijn de NV en BV eerder vormen die vaak gebruikt worden in het bedrijfsleven waar de ondernemers en oprichters van de organisatie ook het eigendom en de zeggenschap hebben. Rudolf Steiner heeft in zijn maatschappijvisie echter aangedrongen op het neutraliseren van bedrijfseigendommen zoals gebouwen, machines en grond. Die zouden niet het eigendom mogen zijn van privépersonen, maar behoren eigenlijk aan de gehele gemeenschap en moeten altijd beschikbaar zijn voor productieve economische activiteiten.  Daarmee wordt ook de mogelijkheid ontnomen om bedrijven te verhandelen en ermee te speculeren met de bedoeling van persoonlijk voordeel.   
Maquette van Tweede Goetheanum in Dornach naar ontwerp R.Steiner

In het geestesleven kom je meestal de twee andere rechtsvormen tegen, namelijk de Stichting of een Coöperatieve vereniging.  Een Stichting wordt vaak gekozen vanwege het principe van het ontbreken van een winstoogmerk. De winst die aan de eigenaren of aandeelhouders zou kunnen worden uitgedeeld en dus onttrokken aan de bedrijfsvoering. Verreweg de meeste onderwijsorganisaties, wetenschappelijk instituten,  religieuze organisatie en “goede doelen clubs” kiezen voor de fiscaal aantrekkelijke Stichtingsvorm. Dat past bij de niet op winst gerichte doelstellingen, die verder ook mogelijkheden biedt om schenkgeld en giften belastingvrij te ontvangen.
Een Stichting kent een bestuur( minimaal driehoofdig)  bestaande uit  voorzitter, penningmeester en secretaris die het beleid vaststelt en de eindverantwoordelijkheid draagt. Het bestuur heeft de mogelijkheid en bevoegdheid om vrijwilligers en werknemers aan te stellen, in dienst nemen en financiële verplichtingen aan te gaan zoals leningen en hypotheken. Alleen in geval van wanbestuur zijn bestuurders wel persoonlijk aansprakelijk. Alle verantwoordelijkheid en macht ligt dus bij het bestuur en in geval van een schoolorganisatie hebben de werknemers (leerkrachten) geen mogelijkheden om het bestuur te corrigeren of te vervangen in geval van slecht functioneren.
In een schoolbestuur mogen namelijk geen leerkrachten zitten en dus zijn het vaak ouders of kennissen met bepaalde bestuurlijke ervaring of relevante contacten. In bijzondere gevallen kan dat echter conflicteren met de belangen van de leerkrachten. Het bestuur heeft wel de wettelijke bevoegdheid om het beleid te bepalen maar niet de vereiste pedagogische, didactische en inhoudelijke  deskundigheid. Binnen school kan het ook zorgen voor spanningen als het bestuur een leerkracht een vaste aanstelling geeft als directeur, die daarmee hiërarchisch boven de andere leraren is geplaatst.  Zo gebeurde het ook bij vrije basisschool De Regenboog in Eindhoven.
Dat is dus niet indachtig de uitgangspunten van Rudolf Steiner voor een gezond geestesleven.

Een betere rechtsvorm zou de coöperatieve vereniging,  lerarencoöperatie of zorgcoöperatie zijn, die wel de leden, leerkrachten of zorgverleners samen de eindverantwoordelijkheid geeft voor het algemeen beleid en bestuur. Samen besluiten zij wie zij welke (deel) taken via mandaten tijdelijk gedelegeerd  of overgedragen krijgen. Een mandaat wordt verleend aan de persoon die door de algemene vergadering als het meest geschikt wordt geacht voor die taak, maar altijd voor een beperkte tijdsspanne van  1 of 2 jaar. Dus geen directeur met een aanstelling voor onbepaalde tijd maar bijvoorbeeld een coördinator voor de dagelijkse beslommeringen voor een beperkte periode.
In de universitaire wereld deed men dat decennialang met de benoeming een rector magnificus , die tijdelijk zijn hoogleraarsfunctie verruilde voor een leidinggevende functie. 
De vrije basisschool in Utrecht werkt op deze wijze als lerarencoöperatie al een aantal jaren naar volle  tevredenheid.
De landelijke organisatie van Voedselbanken in Nederland is ooit jaren geleden gestart als Stichting op advies van juristen, maar is jaren later na een afsplitsing omgevormd tot een Coöperatieve Vereniging. Daar zijn de vele lokale en regionale voedselbanken de leden,  die samen de algemene vergedering vormen en de eindverantwoordelijkheid dragen. Zij benoemen eventuele organisatie- en bestuursleden voor een bepaalde tijd. Dat werkt naar volle tevredenheid en geeft maximale inspraak aan de zelfstandige voedselbanken, die afzonderlijk ook als Rechtspersoon en Stichting kunnen functioneren.    
De coöperatie of coöperatieve vereniging is  een sterk ondergewaardeerde organisatievorm en dat is helemaal niet terecht. Uit onderzoek van de VN is namelijk gebleken dat er meer mensen wereldwijd werken voor coöperaties dan voor de meer bekende beursgenoteerde NV's en andere rechtspersonen samen.
   
De in korte tijd zeer populair geworden Buurtzorgorganisatie van oprichter Jos de Blok heeft als platte organisatie en de kleine celstructuur van plaatselijke thuiszorgafdelingen met maximaal 10 a 12 zorgverleners vele voordelen. Helaas heeft het momenteel niet de gewenste rechtsvorm die de plaatselijke afdelingen ook enige zeggenschap geeft in het algemeen bestuur. Dat is voorbehouden aan Jos de Blok en zijn partner.  Lees hier het hele verhaal over Buurtzorg.
Voor verdere informatie over Pallium zie ook http://www.palliumthuiszorgeindhoven.nl


donderdag 15 september 2016

Wat is van nieuwswaarde?



 


Al van kinds af aan was ik gefascineerd door het dagelijkse NOS-nieuwsjournaal van acht uur ‘s-avonds. Het was een vast punt op de dag waarbij in ons gezin de knop van de tv aanging en wij wilden vernemen wat er die dag in de wereld en met name in Nederland was gebeurd. Nu ik de zestig jaar al ben gepasseerd lijkt de magie van het nieuws te zijn verdwenen en verbaas ik me steeds meer over de keuzes van de nieuwsredactie.  Toevallig viert de televisie dit jaar ook haar 65 jarig jubileum: "tijd om met pensioen te gaan"? was de titel van een NPO-2 programma dat hieraan gewijd was op zaterdagavond 17 september.   
Steeds weer is er de terugkerende discussie dat het merendeel van het journaal eigenlijk slecht nieuws is in de vorm van rampen, ongelukken en aanslagen. Soms is er positief nieuws zoals een uitzonderlijke sportieve of maatschappelijke prestatie dan wel politieke gebeurtenis. Goed nieuws is vaak van minder belang wordt dan gezegd , want wat goed gaat behoeft geen verdere aandacht is dan de redenering. Dat is volgens mij onterecht.

De doelgroep van het nieuwsprogramma is uiteraard de doorsnee burger van Nederland en dus wil je met een breed nieuwsaanbod mensen zo goed mogelijk informeren. Keuzes zijn daarbij essentieel, want in een tv-journaal kun je hooguit twintig items bespreken waarvan een aantal worden ondersteund met een filmpje of interview. Los van de herhaling, het afsluitende weeroverzicht en de vooraankondiging van onderwerpen in het latere nieuws, kun je maar een beperkt aantal onderwerpen bespreekbaar maken. Meestal zijn dat wereldwijde politieke items en daarna onderwerpen vanuit Nederland. Wat er gebeurde in de Tweede en de Eerste Kamer of in het Europees parlement, dan wel VN-Veiligheidsraad? Verder  relevante onderzoeksrapporten van instituten zoals CBS, OESO, CPB, SCP, WRR of tijdelijke commissies met een sterke nadruk of voorkeur voor de economie.
 

Kennelijk draait het erg om de economie als heilige koe. Items uit de Sport, het bedrijfsleven of de Cultuur zijn duidelijk minder aanwezig in het nieuws. Bij sport krijgt voetbal relatief veel aandacht en zeker als het Nederlands elftal speelt en dat is terecht. Word je echter wereldkampioen tafeltennis, handbal, rugby dan krijgt dat geen aandacht en dat is dan nog wel begrijpelijk. Kleinere sporten zijn nu eenmaal minder populair.
Gek genoeg zijn rechtzaakuitspraken veelvuldig in het nieuws. Holleeder is een beruchte crimineel, die mogelijk een belangrijke rol heeft vervuld bij liquidaties in Amsterdam, maar de hoeveelheid media-aandacht over hem is ongekend. Bijna iedere stap in het proces wordt uitgebreid vermeld. Hetzelfde geldt voor veel andere rechtszaken, zoals recentelijk de veroordeling van een man die uit de kas van stichting ALS geld had “geleend” voor eigen gebruik of de man die met een veel te hoge snelheid een dodelijk ongelijk heeft veroorzaakt op de A2 en daarvoor 3 jaar cel opgelegd kreeg. So what, moet iedere Nederlander dat weten?? Hoeveel van dergelijke ongelukken en rechtszaken vinden er plaats?? Hoe relevant is dit nieuws? Zenders struikelen over elkaar heen om zo snel mogelijk over dergelijke gebeurtenissen te berichten al weten we nog nauwelijks iets van de toedracht. De bekende vragen worden dan ook met veel vaagheden en veronderstellingen beantwoordt.

Terroristische dreigingen en aanslagen krijgen ook extra veel publiciteit. Soms terecht als er veel doden vallen en op een manier of plek die uitzonderlijk is. Denk aan de boulevard in Nice of een aanslag in supermarkt, café of muziekzaal in Parijs. Vaak betreft het echter ontspoorde of gestoorde  individuen waarvan al heel snel wordt beweerd dat zij gemotiveerd zijn vanuit islamitisch fundamentalisme van IS of Al Kaïda. Opvallend is ook de grote aandacht voor bepaalde groepen allochtone jongeren die in sommige wijken voor overlast zorgen. Als er strafbare feiten worden gepleegd moet er opgetreden worden, maar teveel aandacht leidt tot stigmatisering en meer etnisch profileren  Zoveel media aandacht versterkt bovendien het gevoel van onbehagen en angst.  We zien toch ook geen beelden van gezellige buurtfeesten waar bewoners van allerlei afkomst gezellig samen zijn. 
 
 
Opvallend is ook de grote aandacht voor de 4-jaarlijkse presidentsverkiezingen in de VS. Al ruim een half jaar krijgen we dagelijks dit item voorgeschoteld. Waarom? Is de VS het belangrijkste land in de wereld? Bij vergelijkbare verkiezingen in Europa is dat hooguit een paar keer onderwerp van gesprek, meestal vlak ervoor en vlak erna.   

Uit het oogpunt van objectiviteit en gedegen onderzoeksjournalistiek moet er in het nieuws een veel grotere spreiding zijn over onderwerpen, maatschappelijke gebieden en culturele groepen. Nu heeft het nieuws  vaak een beperkte scope  en is ook eenzijdig.   Meer goed nieuws verspreiden is niet naïef of zweverig. Het is juist hard nodig als tegenwicht tegen cultuurpessimisme.   

De echte praktijktest was de berichtgeving over de Coronapandemie waarbij de mainstream media vooral pal stonden voor het regeringsbeleid en andersdenkenden graag negeerden of "wegzetten als gekkie's en wappie's".  
Van onafhankelijke, objectieve nieuwsgaring was bijna geen sprake.  Gelukkig zijn er nog de social media op internet waar vele kritische groeperingen die wél nieuws vergaren deze naar buiten brengen.
    

 


 
 
 


 


 
 

 
 

maandag 29 augustus 2016

Het belang van een medische bijsluiter.

Onderstaand artikel is ook verschenen als ingezonden Opiniestuk in het Eindhovens Dagblad op donderdag 29 September 2016 op blz. 19



 
Medische waarschuwingen onder de loep
 
Al enige jaren ben ik hartpatiënt en ben ik levenslang afhankelijk geworden van medicijnen.  Een open hartoperatie was nodig vanwege een verkalkte hartklep, die vervangen moest worden en een aantal dichtgeslibde hartaders. Dankzij een beenader heb ik nu aantal nieuwe kransslagaders.  Gelukkig ben ik helemaal gerevalideerd en kan ik mijn oude werk- en privéleven weer oppakken. Na een aantal jaren dagelijks drie medicijnen ben ik toch eens beter gaan kijken naar de bijsluiters. Ik merkte al dat medicijnen van verschillende fabrikanten ook een verschillende werking kunnen hebben.  Zo had ik het medicijn Perindopril- Indapamine , een medicijn met twee werkzame bestanddelen tegen hoge bloeddruk. Zij behoren tot de groep ACE-remmers die de bloedvaten verwijden. Na ongeveer een jaar de pillen van fabrikant Mylan te hebben gebruikt kreeg ik opeens van de apotheek een ander merk. Korte tijd daarna had ik op mijn bovenbenen en billen een eczeemachtige uitslag en rode vlekken. Nadat ik meteen weer overstapte op het merk Mylan verdwenen de klachten na enige tijd.
Standaard krijgen hartpatiënten ook cholesterolverlagers voorgeschreven, want je behoort tot een risicogroep. Een hele reeks van Statines staan dan klaar, maar deze heb ik meteen afgezworen na wat speurwerk op internet. Er zijn voldoende gekwalificeerde specialisten die zeer twijfelen aan het nut van een laag (slecht) cholesterol voor  hart- en vaatziekten. Een groot Amerikaans medisch onderzoek kwam kortgeleden tot dezelfde conclusie.
Als langjarige gebruiker ben je toch benieuwd wat deze chemicaliën in je lichaam doen en daarom ben ik toch eens beter de medische bijsluiters gaan lezen. Eigenlijk is dat diepbedroevend.
Een steeds terugkerend paragraafje in de bijsluiter gaat over mogelijke bijwerkingen. Daarbij wordt dan onderscheid gemaakt tussen vaak ( kans 1 op 10) , soms optredende klachten (kans is 1 op 100), zelden (1 op 1.000), zeer zelden (1 op 10.000), maar ook de categorie onbekend (???), met een nog niet te bepalen kans op een  levensbedreigende onregelmatige hartslag ?? Natuurlijk kun je je afvragen of de mens als denkend, voelend wezen rekensommetjes gaat maken op basis van deze gegevens. Het stelt je zeker niet gerust.
 
 
 

Mocht iemand nog andere bijwerkingen ervaren dan kan de betreffende persoon dat doorgeven aan het sinds enige jaren opgerichte laboratorium voor medische bijwerkingen Lareb. (www.lareb.nl) . Een goede zaak want zo kunnen op basis van jarenlange ervaringen de cijfers eventueel worden bijgesteld. Het is goed om je te realiseren dat medicijnen meestal uitgetest worden op volwassen (blanke) mannen en niet op vrouwen of kinderen. Indien de werking bewezen is doordat een beter effect wordt aangetoond dan een placebo op basis van een dubbel blind onderzoek kan een medicijn op de markt toegelaten worden. De lange termijn effecten zijn dan nog echter niet bekend en onderzocht. Dat gebeurt dan meestal later in de praktijk.

Veel belangrijker dan de kans van voorkomen is de ernst van de mogelijke bijwerkingen. Is die levensbedreigend,  kankerverwekkend, tast het je immuunsysteem aan of je DNA? Dat is relevant om te bepalen of het medicijn erger is dan de kwaal. De medische wetenschap biedt dan echter weinig houvast. Je krijgt alleen een droge opsomming van onbelangrijke futiliteiten tot ernstige zaken. Het lijkt alsof fabrikanten volledig willen zijn en zich juridisch indekken tegen schadeclaims, en daarom maar alle mogelijke bijwerkingen vermelden. Een patiënt wil echter snel een duidelijk inzicht en geen omvangrijk tweezijdig beschreven papier  van 50 cm lang en 10 cm breed,  met vele kleine lettertjes en ingewikkelde (bijna medische) termen.

Of ik een gerede kans heb op een droge mond, hoofdpijn, duizeligheid, tintelingen, jeuk of huiduitslag lijkt me heel irrelevant tegenover de risico’s van een langdurige hoge bloeddruk.  Ellenlange opsommingen daarvan hebben dus geen zin.

Belangrijker is het om juist te wijzen op ernstige bijwerkingen zoals onherstelbare orgaanschade of zware epileptische aanvallen met mogelijke hersenbeschadigingen. Graag zou ik willen dat medisch specialisten deze afwegingen voor een patiënt maken. Net zo goed als zorgverzekeraars willen weten wat de levensverlengende werking is van een bepaalde medische behandeling (een of meer gewonnen levensjaren in goede gezondheid). Dat bepaalt of de medische (kosten) investering verantwoord en de moeite waard is.  Zo wil een patiënt ook goed geïnformeerd worden en niet met een vodje papier het bos in worden gestuurd.

In het bedrijfsleven en in mijn vakgebied Bedrijfskunde kent men daar de methode Failure Mode Effect Analysis (FMEA), een methode die ooit ontwikkeld is door Philips. Daarbij wordt de kans vermenigvuldigd met een factor of getal voor de ernst van een mogelijk optredend gevolg. Op die manier kom je tot een rangorde van meest ernstige zaken, met grootste kans en meest ernstige falen. Deze methodiek zou de medische wereld ook snel moet gaan
toepassen. Dan ben je als patiënt echt goed geïnformeerd en weet je waar je op moet letten.     

http://www.ed.nl/mening/opinie-fabrikanten-sturen-pati%C3%ABnten-met-een-vodje-papier-het-bos-in-1.6462354
 

Update: Reactie van CBG.
Nadat ik het artikel ook onder de aandacht heb gebracht van het Lareb en van het CBG  (College ter beoordeling van Geneesmiddelen), kreeg ik na enige weken een keurige reactie van de senior Regulatory Project Leader en projectleider "bevordering van Goed Gebruik", Mevr. N. Hendricks. Namens de organisatie schrijft zij dat men binnen het CBG erkent dat de bijsluiter voor bepaalde groepen patiënten moeilijk leesbaar is, met als risico dat patiënten de medicijnen niet goed gebruiken. Misschien bedoelt ze ouderen of jongeren die het jargon niet kennen. Ik ben zelf academisch opgeleid maar ik begrijp de bijsluiter ook niet, al ligt dat niet aan het gebruik van sommige woorden, behalve wanneer het medische of chemische termen zijn. Dat is echter niet het hoofdprobleem.   
Een tweede opmerking van haar is het feit dat ze stelt dat ze verplicht zijn alle bijwerkingen te vermelden, opgelegd door Nederlandse of Europese wetgeving. Dat zou kunnen en dat kan ik niet weerleggen. Als laatste schrijft Mevr. Hendricks dat het CBG wel opdracht heeft gegeven om een onderzoek te laten uitvoeren "naar de informatiebehoefte van patiënten", omdat verschillende patiënten verschillende informatiewensen hebben, zogenaamd ?!. De resultaten zullen eind 2016 bekend worden en samen met het ministerie van VWS en artsen- en apothekersverenigingen zal "bekeken"(?) worden hoe de voorlichting kan worden verbeterd. Ben benieuwd maar ook dit raakt niet het hoofdprobleem. De belangrijkste informatiewens is dat ieder patiënt snel en goed geïnformeerd wil worden over het gebruik en de risico's van het betreffende geneesmiddel. Daar hebben we geen enquête of patiënten panel voor nodig lijkt me. Helaas zegt en schrijft mevr. Hendricks niets over de door mij voorgestelde FMEA methode . Een gemiste kans.
Kijksluiter bij medicijn
Tot mijn grote verrassing las ik op woensdag 9 november in de Telegraaf een artikel waarin beschreven stond dat we als patiënten binnenkort de beschikking krijgen over een inlogcode, verkregen van de apotheker, die ons toegang geeft tot een animatiefilmpje dat in paar minuten tijd ons voorlicht over het betreffende medicijn. Dit is mogelijk zelfs aangepast aan de doelgroep zoals  jongeren, volwassenen of ouderen. We zullen de voorbeelden moeten afwachten maar volgens mij wordt de informatie dan wel eenvoudiger, maar waarschijnlijk niet beter. Is dit het resultaat van het beloofde onderzoek naar patiënten wensen? Geef ze een filmpje in plaats van vodje papier?
Lucky-TV heeft er de volgende dag meteen de draak mee gestoken. In het tekenfilmpje zien we hoe een vrouw voorlichting krijgt over het gebruik van een anale zalf. De belangrijkste uitleg betreft dan de plaats van aanbrengen waarvoor minstens vijf synoniemen genoemd worden. Ik ben bang dat met een animatie weinig mensen te overtuigen zijn.   
 Mijn voorgestelde methode FMEA uit het bedrijfsleven zou wél een verbeterslag opleveren, maar helaas wordt daar in de kijksluiter alsook in de brief van mevr. Hendricks niet over gerept.  Toen ik per email enige tijd later nogmaals hiernaar vroeg wilde ze alleen telefonisch reageren. Dat heb ik afgewezen en daarna werd het stil helaas.
 


 





Update mei 2019.


Tot mijn verrassing las ik een artikel in het Eindhovens Dagblad (21-5) waarin werd aangekondigd dat het CBG toch met een nieuwe bijsluiter komt naast het bestaande lange papiertje met de kleine letters. Volgens het CBG moet de gangbare bijsluiter met alle denkbare bijwerkingen blijven bestaan omdat "de wet dat voorschrijft". Dat is heel jammer en onzinnig, vind ik.
Nu moet in de nieuwe extra folder op maximaal 1-A4 de belangrijkste informatie staan en dan in eenvoudige taal en met simpele icoontjes, die voor iedereen meteen duidelijk zijn. De kop boven het artikel ging daarom ook over "Bijsluiter voor Dummies". Ze beginnen ook met een uitleg over waar het medicijn voor bedoeld is en wat de gebruiker eraan heeft. Niet alleen die nadruk op bijwerkingen. Daarnaast komen er begrijpelijk animatievideo's zodat mensen kunnen "kiezen".!?!?
Helaas gaat het voorbij aan de kern van mijn kritiek en verwacht ik weinig van deze folder en filmpjes.





 

vrijdag 3 juni 2016

Veldboeket Bloemen

 
boeketje rode klaprozen in de berm
 

 

 

 

 
witte schermbloemen
 
roze klaproos
 
uitgebloeide paardenbloem
 
 
 






 

woensdag 3 februari 2016

Philips en een draagbare kunstnier.

Onderstaand artikel is ook verschenen in het Eindhovens Dagblad van 5 februari 2016 als opiniestuk op blz 17.

 
Een unieke kans voor Philips.
Kort geleden (1 febr) maakte het Eindhovens Dagblad melding van een nieuwe campagne “Help them Escape”, waarmee de Nierstichting via crowdfunding zo’n € 10 miljoen wil bijeenbrengen om daarmee een kunstnier ter grootte van een schoenendoos te laten ontwikkelen. De huidige nierdialyse-apparaten zijn gebaseerd op een uitvinding uit 1943 van de Nederlandse arts Willem Kolff  en zijn te vinden in zo’n honderd medische centra. De technologie is uitontwikkeld en veilig. Daar mogen wij als Nederlanders erg trots op zijn en hebben dus een eer hoog te houden. De volgende logische stap zou zijn om een handzaam formaat te ontwikkelen voor thuisgebruik. In Nederland gaat het om duizenden nierpatiënten, die regelmatig (dagelijks, wekelijks) hun nieren moeten laten spoelen.
De Nierstichting heeft gekozen voor fundraising  omdat de farmaceutische industrie, de universiteiten en ook het bedrijfsleven zelf geen stappen hiertoe hebben gezet. Met de verzamelde hoeveelheid geld door fundraising kan de Nierstichting gericht bedrijven gaan benaderen, die het kleine apparaat moeten gaan maken.   
Voor mij is het onbegrijpelijk dat onze nationale trots en technologiebedrijf Philips hier niet is ingesprongen. Een R&D investering van deze omvang is voor Philips een peulenschil. Het bedrijf had in 2014  een omzet van € 21,4 miljard en een winst van € 411 miljoen. Philips heeft nog 3 business units, te weten Lighting, Consumer lifestyle products en Healthcare systems. Lighting staat in de (uit-)verkoop en wordt binnenkort afgestoten. Blijven over de beide andere poten waarvan medical systems de belangrijkste is en waar men flink in wil investeren. Een nierdialyse-apparaat past perfect in dit portfolio. Philips heeft de ervaring met complexe producten zoals een MRI-scanapparaat en ook de knowhow van piepkleine producten zoals een miniatuur gehoorapparaat. Gecombineerd heb je de beste voorwaarden voor een succesvolle ontwikkeling. Als docent Bedrijfskunde zie ik hier een perfecte match.    
ceo Frans van Houten. Foto: Philips.com
Mocht het om welke reden dan ook niet passen in het bedrijfsbeleid dan zou Philips ceo Frans van Houten persoonlijk nog kunnen instappen in deze ontwikkeling. Hij verdient jaarlijks vele miljoenen die hij zo goed kan investeren. Bovendien komt hij uit een gezin waar zijn moeder arts was en zijn vader ingenieur. Medische zorg en technologie draagt hij dus een warm hart toe. Hopelijk neemt Philips en anders Frans van Houten zelf alsnog een verstandig besluit.
 Update juni 2016.
Op 8 juni schreef de Telegraaf dat het De Nierstichting toch gelukt was om financiers te vinden voor het project draagbare kunstnier. Gek genoeg geen investment funds, private equity funds of banken, maar een groep van zorgverzekeraars. Menzis, Zilveren Kruis en CZ samen hebben een financiële injectie gegeven van € 6,8 miljoen. Dat is toch bijna € 3 miljoen  lager dan waarop gehoopt was. Gezien de omzet en het balanstotaal van deze giganten is het een schijntje, terwijl de voordelen later wel ten goede komen aan zorgverzekeraars (en natuurlijk ook patiënten). De kosten van de frequente ziekenhuisopname voor een nierdialyse lopen al snel in de duizenden Euro's op jaarbasis. Zeker als je bedenkt dat het om ruim 6.500 nierpatiënten gaat die deze behandeling nodig hebben. Dan gaat het al snel om miljoenen Euro's op jaarbasis. Die bedragen moeten zorgverzekeraars vergoeden aan ziekenhuizen en dat wordt in de toekomst (2020) dus fors minder als het handzame nierdialyse-apparaat goed functioneert.  Toch is het een beetje raar dat een zorgverzekeraar haar reserves en dus verzekeringspremies investeert in R&D en productontwikkeling waar ook een mogelijk ondernemersrisico aan kleeft.   

Update jan 2020. In een ED artikel stond een beschrijving van een onderzoeker Fokko Wieringa van het Holst R&D en Expertise Centre die al een werkend model heeft ontwikkeld dat nu nog getest moet gaan worden en gecontroleerd om op de markt te mogen komen als thuiszorg dialyse-apparaat.  De verwachtingen zijn hooggespannen en misschien dat het hulpmiddel al in 2021 getest kan gaan worden. Er is inmiddels al 24 miljoen Euro in het project gestoken door meerdere partijen waaronder zorgverzekeraars maar ook het Zwitserse Debiotech en het Singaporese Dialys.  Het Holst Centre is gevestigd in Eindhoven op de High Tech Campus en biedt werk aan zo'n 160 medewerkers. Het centrum is in 2005 opgericht door TNO- en IMEX in Vlaanderen om open- onafhankelijk R&D onderzoek te kunnen verrichten. De naam Holst is ter ere van de vroegere Philips Natlab-directeur. Zo lijkt indirect de naam van Philips en Eindhoven toch terug te komen in dit nieuwe apparaat. De exploitatie van het uitontwikkelde apparaat zal mogelijk onder licentie uitgebracht worden door een medisch-technisch bedrijf en anders door een start-up. Dus krijgt Philips nog steeds een kans want dit past in haar productportfolio. Het apparaat is later ook in rampgebieden te gebruiken en is dus ook wereldwijd heel interessant.